Toen ik in een provinciestadje een groep kinderen begeleidde, leerde ik hoe belangrijk het is om aandacht te hebben voor wat je doet. Tien kinderen werkten samen om hun buurt te verbeteren. Achteraf bleken er 9 in het speciaal onderwijs te zitten met een flinke rugzak en een veelvoud aan stickers op hun voorhoofd.

 

Tijdens de eerste sessies renden een deel van de kinderen van hot naar her, lag er één op de grond onder de tafel met zijn voeten de tafel omhoog te duwen, en waren er drie bezig met een wedstrijd wie het hardste door de ander heen kan praten. De rest zat naar buiten te kijken en riep om de 10 seconden: “Ik vind het s-a-a-a-a-a-i….”. Dit had ik allemaal al eerder meegemaakt en het lukte me om vertrouwen te winnen. In de afgelopen weken had iedereen enthousiast meegedaan. Ze kwamen zelf met ideeën, de één nog origineler dan de ander. Bij de afsluiting vroegen ze smekend of we volgende week verder gingen. Ik had vooral meebewogen met hun interesse, hun spanningsboog en hun energie. En ik had aandachtig geluisterd. Deze aandacht werkte als een magneet. Iedereen wachtte geduldig tot hij of zij aan de beurt was.

 

En toen kwam het moment dat we met enkele volwassenen in gesprek moesten over onze ideeën. Ik had al een voorgevoel dat het een hele andere bijeenkomst ging worden. Zo goed en zo kwaad als het ging liet ik ook de volwassenen goed luisteren. Maar de volwassenen hadden natuurlijk ook zo hun ideeën. En beetje bij beetje ging mijn aandacht naar de volwassenen… In no-time rende een deel van de kinderen weer door elkaar, zat de vaste klandizie weer onder de tafel te bonken en staarden de overige kinderen naar buiten: “Ik vind het S-A-A-A-A-A-I!”. Eén van de volwassenen deed een voorstel, waarop een jongen zei: ”Dat is echt een stom idee!”. We keuvelden nog wat en we sloten af. Niemand vroeg of we volgende week alsjeblieft weer verder konden gaan. “Tot volgende week” zei ik enthousiast. “Misschien” zei Rodney, die tot vandaag mijn grote vriend was.

 

Wat je aandacht geeft groeit

Op de weg naar huis realiseerde ik me dat ik onbewust met het verkeerde bezig was geweest. Ik was heel druk om de volwassenen te laten luisteren, maar ik had mijn aandacht aan de kinderen moeten geven, zo dat zij gingen vertellen. Ik was me niet bewust geweest van mijn vrees dat de volwassenen hun eigen plan zouden trekken of de kinderen maar lastig vonden en ik had dus ook geen goed antwoord op die vrees. Nu handelde ik onbewust op het voorkomen van mijn angst, wat natuurlijk een averechts effect had. Mijn bewustzijn kwam te laat voor deze sessie…maar ruim op tijd voor de volgende keren. Gelukkig kwam Rodney de volgende keer gewoon weer. Het opgebouwde vertrouwen was groter dan zijn ergernis dat ik met het verkeerde bezig was.