Als coach van de F8 van FC Testosteronbom betrapte ik me er onlangs op dat ik heel hard aan het werk was en het team een beetje machteloos en verdoofd was. Doordat ik zo hard werkte, deed het team niks. Hoewel mijn aansporingen uitsluitend positief zijn voor deze jonge jongens, denk ik toch dat ze verlammend werkten.

Wat voeg je toe? Dat is een interessante vraag als je trainer bent, of leraar, ouder, manager, leider, ….of iemand die wel eens contact heeft met andere mensen….. Wat voeg je toe aan wat de mensen in je omgeving zelf kunnen? Wat voeg je toe aan wat de kinderen in jouw klas of zelfs jouw gezin zelf kunnen? Wat voeg je toe aan wat de leden van je team zelf kunnen? En wat neem je misschien van ze af….? Dat is overigens dezelfde vraag, want ook dan voeg je iets toe, maar misschien nodigt deze vraag je uit om nog op een andere manier te kijken naar jouw rol in het geheel.

De vraag wat je toevoegt als trainer, leerkracht, manager of ouder, is nog niet zo makkelijk.  Wat is er al aanwezig in je omgeving en wat draag jij er aan bij om dat tot zijn recht te laten komen? En hoe zit je dat misschien in de weg? Het antwoord is natuurlijk niet altijd duidelijk. Het stellen van de vraag is wel belangrijk, na afloop, maar ook terwijl je bezig bent. Dat zorgt ervoor dat je bewust kunt handelen en niet vanuit de automatische piloot of je eigen emotionele behoeften.

De kracht van geduld en vertrouwen

Ik denk dat er in leersituaties (haha, dus eigenlijk in alle denkbare situaties…) twee dingen zijn die je altijd wel kunt toevoegen, omdat er eigenlijk niet teveel van kan zijn.  Geduld en Vertrouwen. De afwezigheid van geduld en vertrouwen is in elk geval vaak de oorzaak dat mensen niet meer betrokken zijn. Dat mensen niet meer meedoen of actief zijn. Dus als je betrokkenheid wil in je omgeving…en je vraagt je af wat je kunt toevoegen? Begin dan met geduld en vertrouwen. Elke keer als ik een proces begeleid richt ik me vooral op geduld en vertrouwen. En elke keer valt het me op dat de wijsheid vanzelf komt. Niet van mij, maar van de deelnemers aan het proces. Of het nu om kinderen ging of doorgewinterde managers, om straatschooiers of om ambtenaren. De wijsheid kwam vanzelf.  En wat ik toevoegde was vooral geduld en vertrouwen. En betrokkenheid.

Een week na de lusteloze wedstrijd hadden de jochies van FC Testosteronbom opnieuw een wedstrijd.  Inmiddels wist ik wat ik een week eerder teveel had toegevoegd en wat te weinig. Teveel betrokkenheid en te weinig geduld en vertrouwen.  Hoewel mijn betrokkenheid vooral positief was, was het feit dat ik daar zo vreselijk veel aandacht aan besteedde voor de jongens onbewust een duidelijke aanwijzing dat ik hen de verantwoordelijkheid niet toevertrouwde en niet de tijd gunde om in hun eigen tempo te groeien. Dus ik pakte het deze keer anders aan: ik richtte me op geduld en vertrouwen en een beetje betrokkenheid. De jongens vochten als leeuwen, waren actief en konden als hekkensluiter driekwart van de wedstrijd de onbetwiste koploper in grote problemen brengen. Dat ze in de laatste 5 minuten toch verloren vond niemand echt belangrijk. Ze hadden een heerlijke wedstrijd gespeeld.