Toen Peter ruim 8 jaar voor de klas stond kwam hij op een middag moe thuis. Hij voelde heel sterk de behoefte om even te gaan zitten en een computerspelletje voor zichzelf te doen. Uitrusten voordat hij over een half uur zijn eigen kinderen ging ophalen. “Ik moet eigenlijk nog een extra opdracht maken voor Ajup, hij kan veel meer dan hij denkt….”. Hij sprak tegen zichzelf want er was niemand in de kamer. “En een extra uitleg voor Daan, want dan redt hij het wel…”. Hij schonk een kop thee in en kroop achter zijn laptop. Ineens was hij zo moe. Zo verschrikkelijk moe. “Als Ajup meer kan dan hij denkt, waarom geef ik hem dan een extra opdracht…? En als Daan het wel redt…waarom geef ik hem dan extra uitleg?”. Zijn telefoon ging.  “Hoi Peter, met Marlies van BSO De Bokkesprong. Teijl, Linde en ik vragen ons af of je er al bijna bent?”. Peter was zo over zijn leerlingen en zichzelf aan het nadenken dat hij de tijd en zijn eigen kinderen was vergeten.

Peter was mijn cliënt. Hij vertelde me deze situatie omdat het hem zo ontzettend verdrietig had gemaakt. Hij voelde zich mislukt als vader en mislukt als leerkracht. Ook al wist hij natuurlijk wel dat dat onzin was, maar hij wilde alle leerlingen helpen – en dat lukte niet. Hij was door deze ervaring zelf gaan nadenken over zijn rol en hoe hij dit invulde. Wat was eigenlijk zijn belangrijkste rol als leerkracht? En wat hadden zijn leerlingen van hem nodig? Hij had een zeer pijnlijke ervaring nodig om te beseffen dat hij moest veranderen. “Sterker nog…” zei hij tegen me, “…ik heb al veel langer de pijn gevoeld van wat ik doe, misschien wel al 2 of 3 jaar. Maar het was gewoon niet heftig genoeg. Ik ben al heel lang moe, heb het al heel lang veel te druk, word soms wanhopig in de klas van een aantal leerlingen die continue aandacht vragen. En ik heb flink wat leerlingen die ik graag extra uitdaging bied. Maar eigenlijk kan ik al een hele tijd niet iedereen helpen- dus ik richt me in de praktijk op degene die het hardste roept…En op de lastpakken word ik regelmatig boos. Zo wil ik het niet, al heel lang niet”.

De behoefte om te helpen

Veel leerkrachten gaan gebukt onder een zware last die ze zichzelf opleggen en die anderen hen opleggen. Peter ook. Onder die zware last zag je Peter bijna niet meer. Peter wilde iedereen helpen. Of preciezer: hij werkte vanuit de gedachte dat alle leerlingen hulp nodig hadden, dat ze het zonder zijn hulp niet zouden redden. Hij wilde het net even beter doen dan misschien kan. Dat is zwaar – en om dat vol te houden had hij een routine gemaakt van hard werken en slimme trucjes om tijd te besparen. Hij deed het gewoon zoals hij het al heel lang deed.

Juist deze twee dingen zaten Peter in de weg om Peter te zijn, om de meester te zijn die hij wil zijn:

  1. De gedachte dat alle leerlingen zijn hulp nodig hebben, omdat ze het anders niet redden.
  2. Een routinematige manier van werken om zijn werk vol te houden.

Peter wilde zich weer Peter voelen als hij in de klas aan het werk was. Een verhaal vertellen waarbij de leerlingen op het puntje van hun stoel zaten… Op ontdekkingsreis in de natuur… De klas ombouwen tot een kasteel als het over de middeleeuwen ging… Tijd hebben om gewoon naar alle leerlingen te luisteren…Nu was hij een groot deel van de dag bezig zijn leerlingen te corrigeren omdat ze allemaal dingen deden die hij niet wilde. En hij probeerde hen andere dingen wel te laten doen, hoewel ze er geen zin in hadden, omdat dat voor hun toekomst het beste zou zijn. Eigenlijk was hij bezig met duwen en trekken met zijn leerlingen. Hij legde veel uit aan de leerlingen en zijn lessen deed hij al jaren op vrijwel dezelfde manier.

Niet meer wachten

Peter wilde weer een toffe meester Peter zijn.  Hij kreeg rust toen hij hier concreet mee aan de slag ging. Samen werkten we aan dagelijkse ontwikkeling. Aan toewijding aan Peter door hele concrete oefeningen te doen. “Weet je” zei hij tegen me. “Ik denk dat ik heel lang gewacht heb op iemand die mij kwam redden. Ik voelde me slachtoffer. Van de werkdruk, van klagende ouders, van klagende collega’s, van lastige leerlingen, van alle stomme dingen die ik moet doen. En ik voelde me verdwaald, omdat ik voortdurend van hot naar her getrokken werd. Ik ging zelf ook klagen en mopperen. Elke dag. Tot ik mezelf de vraag stelde wat ik tegen mezelf zou zeggen als ik leerling was. Dat was eigenlijk simpel: ‘Je kunt het Peter, je kunt het’. Ik realiseerde me dat ik helemaal niet gered hoef te worden. Niemand trouwens”.