Ondanks mijn sixpack, mijn atletische sportlijf en mijn rimpelloze huidje en ondanks het bezit van een hyperhippe Faiphone pionierstelefoon, kun je soms toch zien dat ik ouder word. Het pionieren zit er ook in dat sommige dingen niet altijd optimaal werken – en dan check je even op internet en doe je iets magisch en dan werkt het allemaal weer….. Als je tenminste zelf een hippe pionier bent in de digitale wereld. Ik ben dat duidelijk niet.  Ik ben een ontzettend ouderwetse telefoongebruiker die als iets werkt het liever zo houdt – en in paniek raakt als het even niet werkt.

Een tijdje geleden had ik problemen met de “proximity”. Ik had er nog nooit van gehoord, maar kwam erachter dat dat te maken heeft met de mate waarin je vingers dicht bij het scherm komen, zodat je telefoon weet dat je er bent en je bepaalde functies goed kunt gebruiken. Bij mijn Fairphone was dat een beetje in de war geraakt en dan heb je een zwart of juist een heel beweeglijk scherm als je dat helemaal niet wilt.  Ik raakte langzaamaan geïrriteerd en vervolgens in paniek. Tot ik begreep dat dat gewoon met de “proximity” te maken heeft. Dus….Er zit een simpel onderhoudstooltje op de telefoon zodat je hem zo nu en dan kunt ijken. Je legt je vinger op het scherm, drukt op een knop en dan doe je hetzelfde zonder je vinger op het scherm en dan weet dat knappe ding weer het verschil tussen die twee. Dichtbij en veraf.

Proximity in relaties

En toen begreep ik het in eens. Want ik weet dan niks van hippe digitale innovaties, van proximity, nabijheid, weet ik een heleboel. De Fairphone is een hele lieve, menselijke telefoon, dus nogal wiedes dat de proximity soms een beetje in de war was. En nogal wiedes dat je dat zo nu en dan moet ijken. Bij mensen is dat ook zo. In relaties met mensen en samenwerking moet je voortdurend aftasten hoe nabij je mag komen en hoe nabij je wilt komen. Dat is ongeveer wat de kwaliteit van een relatie bepaalt: de mate waarin je dichtbij mag komen en dichtbij wilt komen. En dat is simpelweg niet elke dag hetzelfde. Dus je moet steeds ijken of wat jij dichtbij genoeg vindt voor de ander ook goed is of juist veel te dichtbij…of te ver weg. En je moet voor jezelf checken hoe dichtbij anderen mogen komen.

Het zou toch mooi zijn als je voor mensen ook zo’n simpel tooltje had? Goed nieuws, er zijn er zelfs twee! Eén voor jezelf en één voor de ander. Ik begin altijd met mezelf te ijken. De essentie is dat je je aandacht naar binnen richt. Een eenvoudige manier om dit te doen is één keer diep inademen, eventueel een tweede en een derde keer. Je kunt ook je ogen even dichtdoen, dat versterkt je aandacht naar binnen. Als je je aandacht naar binnen richt kun je stilstaan bij wat je voelt en wat je belangrijk vindt om aandacht te geven (ook al voel je dat misschien niet op dit moment). En vervolgens stel je jezelf de vraag: welke actie is voor mij nu belangrijk? Dat kan van alles zijn, dat merk je wel. Dus je richt eerst je aandacht naar binnen en dan weer naar buiten. Die ademhaling is een heel krachtig tooltje, omdat je het altijd bij je hebt en omdat het onmiddellijk je emoties kalmeert. Je emoties kun je vergelijken met dat beweeglijke scherm van je telefoon. Het doet automatisch dingen,ook al wil je dat helemaal niet. Na het ijken moet je je telefoon opnieuw opstarten en dat doe jij eigenlijk ook met een diepe ademhaling. Je reset jezelf. Je ijkt welke nabijheid voor jou nu goed is.

Toestemming

Richting anderen is er ook een simpel tooltje vòòr je contact maakt: vraag om toestemming! Het zal de kwaliteit van je contact enorm verbeteren. Probeer het maar eens. In coachrelaties probeer ik mensen vooral zelf regie te geven en te laten nadenken. Adviezen mijd ik, omdat ze nauwelijks effectief zijn. Heel soms wil iemand het graag of komt iemand er ondanks mijn vertrouwen niet uit. Dan zeg ik eerst: “Vind je het goed dat ik er iets over zeg?” Soms zeggen mensen “Nee”,  of “Wacht even”. Dan weet je zeker dat dichterbij komen geen zin heeft en zelfs de relatie kan beschadigen. En vaak zeggen mensen: “Ja, zeker…”. Nu gaat nabijheid zeker niet alleen over ‘praten‘, integendeel het gaat vooral over ‘zijn‘. En ‘praten’ en ‘zijn’ willen elkaar nogal eens in de weg zitten. Door om toestemming te vragen beperk je in de praktijk het ‘praten’ en ontstaat er meer ruimte voor ‘zijn’. De mate waarin je nabij bent is niet altijd even duidelijk. Daar is het eerste tooltje voor: richt je aandacht eerst naar binnen, en dan pas naar buiten. En verder kun je voor ‘zijn’ ook toestemming vragen:  “Vind je het goed dat ik even bij je blijf?”.

Eerst je aandacht naar binnen richten. Toestemming vragen voor nabijheid. Het voelt voor veel mensen belachelijk om dat te doen. Ik denk dat het niet belachelijk is. Wees een pionier!