Voor mij zijn school en leiderschap onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als er ergens een plek is waar leiderschap essentieel is, dan is het op school. Het is niet de plek waar leiderschap vanzelfsprekend is – er is ook nogal wat slachtofferschap en weemoed op scholen. Brené Brown heeft een mooie en werkbare definitie van een leider geformuleerd:

Een leider is iemand die zich verantwoordelijk voelt voor het ontdekken van de mogelijkheden van mensen en processen”.

Ze is onder meer auteur van het inspirerende boek “De kracht van kwetsbaarheid” en onderzoekt schaamte – ook iets dat op scholen in voldoende mate beschikbaar is. Leiderschap betekent volgens Brown dus niet dat je anderen vertelt waar ze naar toe moeten of hoe ze ergens moeten komen. Het betekent ook niet dat je vertelt wat er niet goed is. Het betekent niet eens dat je altijd mogelijkheden moet zien, alsof je een alwetende ziener bent…. Het betekent wel dat je steeds opnieuw enorm je best doet om mogelijkheden te gaan zien. Ook als ze op het eerste oog afwezig of onzichtbaar zijn.

Deze definitie is zeker inspirerend als het gaat om onze rol tegenover kinderen. Misschien is het wel voldoende als we de mogelijkheden van kinderen proberen te zien en deze ruimte geven.  Als ouder doe ik vaak zoveel meer… en het meeste is vooral gebaseerd op mijn eigen emoties. En ook in mijn coachpraktijk vertellen veel leerkrachten dat ze zoveel meer doen dan alleen proberen de mogelijkheden van kinderen te zien en deze ruimte te geven.  Volgens Ken Robinson heb je als leerkracht eigenlijk maar één rol: leren vergemakkelijken. Dat past naadloos bij het leiderschap van Brené Brown. Nou, als ouder doe ik heeeeel wat meer dan alleen leren vergemakkelijken. Man, Man….

Emoties

Veel van wat we doen is gebaseerd op onze emoties. Het leiden van andere mensen (en kinderen zijn andere mensen…) betekent in de eerste plaats dan ook het leiden van jezelf.  Als je je verantwoordelijk voelt voor het ontdekken van de mogelijkheden van mensen, zal je je eigen oordelen moeten remmen of uitstellen. Deze oordelen zijn eerder beperkend dan ruimte scheppend. Je emoties en oordelen remmen is nog niet zo makkelijk. Met een uitgeslapen hoofd gaat het vaak beter dan aan het eind van de dag. En als je rustig op je stoel zit en luistert of kijkt gaat het vaak beter dan wanneer je de hele dag rent en vliegt en haastig alle taken probeert af te ronden.

Hier kunnen we iets van leren. Er zijn omstandigheden waarin het remmen van onze emoties en oordelen makkelijker is. En er zijn omstandigheden waarin dit veel moeilijker is. Die omstandigheden komen echter niet uit de lucht vallen. Wij staan ze toe – als we ze niet al actief creëren. We staan zelf de omstandigheden toe waarin we een goede leider voor de leerlingen kunnen zijn en we creëren ook de omstandigheden waarin ons dit niet lukt. De kunst is dus om verantwoordelijkheid te nemen voor de omstandigheden waarin wij oordeel loos kunnen kijken en luisteren. In die omstandigheden is het veel makkelijker om je verantwoordelijk te voelen voor de mogelijkheden van mensen of processen. Om een leider te zijn. Om te wachten met beperkingen en ruimte te geven aan mogelijkheden.

Hoe?

Hoe doe je dat? Hoe creëer je omstandigheden waarin je zelf een leider kunt zijn voor je leerlingen? Drie tips van cliënten uit mijn coachpraktijk:

1. Begin altijd met drie keer diep ademhalen

Om je emoties en emotionele patronen te remmen, is het nodig dat je je emotionele brein kalmeert en dus minder actief maakt. Door een paar keer diep adem te halen geef je je brein het teken dat het veilig is en ontstaat er ruimte om andere breindelen te activeren. Het zijn juist die breindelen die je nodig hebt om mogelijkheden te zien. Bij emoties denken wij vaak aan intensieve situaties, maar het is eenvoudiger: zelfs de neiging om een leerling te helpen, te corrigeren, of te troosten, kan vooral een emotionele neiging zijn. Chantal: “Ik doe het nu zelfs met mijn leerlingen. Bij elke nieuwe oefening en ook tussendoor halen we drie keer flink adem. Het geeft zo’n rust.” Dat is mooi, ook voor leerlingen is het belangrijk dat ze mogelijkheden zien.

2. Doe minder en doe dat goed

Renske: “Het klinkt simpel, maar is in de praktijk wel lastig vorm te geven. ‘Doe minder!’ Toch is het me gelukt, nadat ik eerst een tijdje dacht dat het onmogelijk was omdat ik echt alle taken belangrijk vond. Maar als je gaat kijken wat leerlingen echt nodig hebben, merk je dat je je eigen rol nogal eens overschat. In elk geval is het vrijwel nooit voor iedereen nodig…”. In de klas ben je vaak met verschillende dingen tegelijk bezig. Je brein kan dat niet, die schakelt heel snel tussen de verschillende dingen. Dit is enorm vermoeiend. Doe een paar dingen goed en leun voor de rest achterover of doe dutjes.

3. Neem veel pauzes

Dutjes doen in de klas is waarschijnlijk nogal controversieel, maar dat is ook weer een beperkende gedachte….Kijk naar hoe je wel even kunt uitrusten. Denk na over je rol en hoe je je tijd met leerlingen wilt besteden. Ook voor je leerlingen zijn pauzes ontzettend goed om hun leiderschapsbrein optimaal te benutten. Probeer op een rustig moment na te denken over mogelijkheden om tijdens de dag korte pauzes te nemen. Visualiseer hoe dat eruit ziet.

Elke klas verdient een leider als leerkracht. En elke leerkracht verdient het om de leider in zichzelf een kans te geven.  Hoe kun jij jouw persoonlijke leiderschap laten groeien?